Grootouders

Niet iedereen ziet reikhalzend uit naar het moment waarop hij of zij de status van opa of oma bereikt. Teveel nog doen de benamingen opa en oma denken aan personen die met de dood in de schoenen lopen. Maar de tegenwoordige grootouders maken vaak een vitalere indruk dan hun kinderen, hetgeen mede wordt veroorzaakt door het feit dat jonge ouders het in onze tijd zwaar te verduren hebben. Ze moeten alles tegelijk, hebben nergens meer tijd voor en kunnen vaak niet kiezen. Vele jongeren maken een afgetobde indruk.

Maar dan opa en oma! Vader is bijtijds met pensioen gegaan of gezonden, en moeder heeft in veel gevallen nooit deelgenomen aan de betaalde arbeid. Zij genieten van een goede gezondheid en voldoende geld om er voor de rest van hun leven iets moois van te maken. En de kleinkinderen dragen nu in hoge mate bij aan het geluk.

Het grootouderlijk geluk wordt echter voortdurend bedreigd door de mogelijkheid dat de zoon of dochter van echt gaat scheiden. Vooral als de zoon dat ongeluk treft, kan het gebeuren dat de kleinkinderen te vaak aan het zicht van opa en oma onttrokken worden. Als de verstandhouding met de schoondochter slecht is, bestaat de kans dat opa en oma hun kleinkinderen niet of nauwelijks zien. Weliswaar kan de zoon zonder meer een omgangsregeling afdwingen maar de praktijk leert dat de effectuering van het recht op omgang nogal eens op grote hindernissen stuit. Met onwillige honden is het slecht hazen vangen.

Een belangrijke vraag komt nu op. Hebben grootouders een omgangsrecht ten aanzien van hun kleinkinderen? Zoals ook een ouder dat heeft. Regelmatig is die kwestie voor de rechter geweest. In het bijzonder wordt dan gewezen op de rechten van de mens, waartoe zou behoren het recht om met je kleinkinderen omgang te hebben.
Het antwoord is niet zo gemakkelijk te geven. Van doorslaggevend belang is of er tussen het kind en de grootouders ‘een nauwe persoonlijke betrekking’ bestaat. Maar of daar in een bepaald geval sprake van is, wordt van geval tot geval door de rechter uitgemaakt. Enkel de familieband is niet toereikend.

Voorstelbaar is dat een kind wordt verzorgd en opgevoed door opa en oma. Het komt voor dat een moeder niets van het kind wil weten of dat de moeder niet in staat is tot verzorging en opvoeding. Het betrokken kind kan dan in de veronderstelling leven dat degene die verzorgt en opvoedt, zijn of haar moeder is. Deze sociale en emotionele realiteit zou de grootmoeder dan op het idee kunnen brengen het kind te adopteren, zodat oma niet alleen sociaal en emotioneel maar ook juridisch als moeder te boek komt te staan.
Onlangs heeft zo’n liefhebbende oma van de Hoge Raad te horen gekregen dat adoptie niet mogelijk is. De wet verbiedt een adoptie door een grootouder van een kleinkind en de Hoge Raad wenst daar niet doorheen te breken met een beroep op de rechten van de mens.



Prof. Mr. M.J.A van Mourik
© 27-10-2004

terug print