Onwaardigheid

Onder het nieuwe erfrecht kan een ouder een kind onaantastbaar onterven. Dat wil zeggen dat het betrokken kind zich niet kan verzetten tegen het testament waarin vader of moeder heeft bepaald dat het kind geen erfgenaam zal zijn. Het onterfde kind heeft geen enkel recht op tot de nalatenschap behorende goederen. Maar dat wil niet zeggen dat het kind niets krijgt. Het kind heeft een legitieme portie. En dat houdt in dat het kind aanspraak kan maken op een geldbedrag dat ten hoogste gelijk is aan de helft van de waarde van het erfdeel dat het kind geërfd zou hebben als het niet onterfd zou zijn geweest. Of de geldvordering opeisbaar is, is een andere zaak maar daarover gaat het vandaag niet.

In bijzondere gevallen kan iemand helemaal niets erven, ook geen geldvordering. Dan is sprake van ‘onwaardigheid’ om iets te erven. Dan moet men het wel bont gemaakt hebben. Van onwaardigheid is bijvoorbeeld sprake als men de erflater – degene wiens nalatenschap het betreft – heeft vermoord of getracht heeft te vermoorden. Maar dat moet dan wel blijken uit een onherroepelijke veroordeling. Onwaardigheid is ook aan de orde als men is veroordeeld omdat men iets van de erflater heeft gestolen. Het kind dat wordt veroordeeld omdat het duizend euro van vader of moeder heeft gejat, is automatisch uitgesloten van iedere verkrijging uit de nalatenschap van de betrokken ouder. De wetgever heeft hier vooral het oog op een kind dat aan de drugs is of onder de schulden zit.
Ook is onwaardig degene die de erflater heeft gedwongen een testament te maken. Het komt voor dat een neef of nicht een bejaarde oom of tante min of meer dwingt tot het maken van een testament. Daarin wordt uiteraard de betrokken neef of nicht erfrechtelijk bevoordeeld. Als de dwang duidelijk is, kan de neef of nicht het dus schudden.
Het wil ook nog wel eens gebeuren dat iemand een hem of haar onwelgevallig testament verdonkeremaand. Vaak heeft dat geen zin omdat de notaris altijd het origineel in de kluis heeft liggen. Maar als het een codicil betreft, is denkbaar dat dit in de open haard wordt gegooid in de hoop dat er geen haan naar kraait. Komt het echter uit, dan verliest de dader ieder recht op de nalatenschap. Voor de goede orde: bij codicil kunnen alleen beschikkingen worden gemaakt van sierraden, meubels en dergelijke. Voor de rest moet u naar de notaris.

Zoals gezegd, de onwaardigheid werkt automatisch. Onterven is dus niet nodig. De onwaardigheid kan echter worden opgeheven doordat u aan de onwaardige vergiffenis schenkt. Dat staat inderdaad in de wet en doet vermoeden dat Nederland nog steeds een christelijk land is. Die vergiffenis moet dan wel ‘ondubbelzinnig’ blijken.

In dit verband een opmerkelijk verhaal. Een mevrouw sterft en laat onder anderen een kleinzoon achter. Deze kleinzoon heeft zijn vader vermoord en is daarvoor veroordeeld. Volgens de wet zou de kleinzoon nu erven in plaats van zijn eerder overleden (door hem vermoorde) vader. De kleinzoon is volgens de letter van de wet niet onwaardig om van grootmoeder te erven. Immers, hij heeft niet grootmoeder maar zijn vader vermoord. De rechter oordeelde echter dat ook de kleinzoon niet kan erven. Dat werd niet op onwaardigheid gebaseerd maar of de eisen van redelijkheid en billijkheid. En zo zegeviert het recht gelukkig toch nog.



Prof. Mr. M.J.A van Mourik
© 03-11-2004

terug print