Omgangsrecht voor biologische vader?

Sinds wij bekend zijn met de erotische avonturen van Prins Bernhard en de gevolgen daarvan, staat het biologische kind in het brandpunt van de belangstelling. Ieder kind is uiteraard een biologisch kind maar ik heb het oog op het kind dat niet in een juridische betrekking staat tot de verwekker. Slechts de band des bloeds verbindt de een met de ander. En het is interessant te weten of die band wel of niet bestaat.
In Duitsland woedt momenteel een discussie over de vraag of het zonder medeweten van de moeder laten uitvoeren van een DNA-test strafbaar gesteld moet worden. Het blijkt ook daar nogal eens voor te komen dat een gehuwde man twijfelt aan de biologische verwantschap die volgens de moeder tussen hem en het kind bestaat.

Als juridische ouders het gezag over hun kind hebben, levert dat uiteraard het recht op omgang te hebben met het kind. Ook na echtscheiding heeft iedere ouder in beginsel recht op omgang. Zou een ouder niet het gezag hebben over het kind dan kan de rechter zo nodig een omgangsregeling treffen.

Een enkel biologische vader geldt niet als ouder en heeft dus ook geen enkel gezag over het door hem verwekte kind. Biologische vaders komen in allerlei varianten voor. Zo is daar de de man die een kind verwekt tijdens een zogenaamde 'one night stand' en de meneer die zijn genetisch materiaal doneert teneinde een lesbische vriendin aan een kind te helpen. Ook kan het zijn dat sprake is van een officiŽle, naamloze spermadonor.

De aandacht geldt vandaag de positie van een man die tijdens het bestaan van een niet-huwelijkse LAT-relatie een kind verwekt maar het kind niet erkent. Een praktijkgeval. Zeven maanden na de geboorte eindigt de relatie met de moeder. Juridisch staat de vader niet in een relatie tot het kind. Dat wil hij blijkbaar zo houden want hij voelt nog steeds niets voor erkenning van het kind. Dat geeft maar verplichtingen, zal hij denken. Maar ja, hij stelt er wel prijs op zo af en toe eens met het kind te haffelen (= knuffelen). En over enkele jaren zou hij ook graag samen met het kind de dierentuin willen bezoeken. Kortom, heeft hij recht op een omgangsregeling?

Iedereen die in 'een nauwe persoonlijke betrekking' tot een kind staat heeft recht op omgang met het kind. Dat is alleen niet het geval indien het belang van het kind zich ertegen verzet. Grootouders, pleegouders, ooms en tantes maar ook verwekkers kunnen dus een omgangsregeling verlangen. Maar dan moet wel het bestaan van 'een nauwe persoonlijke betrekking' kunnen worden aangetoond. Vaststaat dat enkel biologische verwantschap niet toereikend is. De spermadonor komt geen recht op omgang toe. In dit geval werd een nauwe persoonlijke betrekking aangenomen op grond van het feit dat de man bij de geboorte aanwezig was, het kind regelmatig bezocht toen de LAT-relatie met de moeder nog bestond en zelfs de luiers verschoonde! Die feiten waren voldoende om aan de bilogische vader een recht op omgang toe te kennen.

Opmerkelijk is dat een man die zijn kind heeft erkend, op grond van dat enkele feit reeds een recht op omgang heeft. Hij hoeft dus geen verdere feiten aan te voeren om de nauwe persoonlijke betrekking aan te tonen.


Prof. Mr. M.J.A van Mourik
© 26-01-2005

terug print