Deprecated: Function ereg_replace() is deprecated in /www/htdocs/professo/column.php on line 82
Gemeenschappelijke huishouding

De heffing van belasting over een erfenis ontmoet in de samenleving weinig sympathie. De verkrijger is doorgaans de mening toegedaan dat over het verkregen vermogen door de overledene al genoeg belasting is betaald. Dat klopt meestal. Maar toegegeven zal toch moeten worden dat de erfgenaam nog geen cent belasting heeft betaald over hetgeen hij verkrijgt. De erfenis wordt hem in de schoot geworpen. Er is sprake van een meevaller.
En de Staat der Nederlanden gunt u die meevaller van harte maar vindt ook dat een deel van het voordeel dient te worden afgedragen aan de schatkist voor de financiering van publieke noden. Naar mate de verwantschap tot de overledene verder verwijderd is en het bedrag van de verkrijging groter, kan de heffing hoger uitpakken. Echtgenoot en kinderen vallen in een tarief dat varieert van 5 tot 27 %. En, eerlijk is eerlijk, zo hoog is dat nu ook weer niet. Langstlevende partners betalen in de praktijk meestal geen cent.

Gehuwde partners staan in dit verband bij de fiscus namelijk in een goed blaadje. Veelal hebben ze samen voor de vermogensvorming gezorgd en tussen hen bestaat op grond van de wet een zwaarwegende plicht tot verzorging. Vandaar dat de wet aan de langstlevende echtgenoot een vrijgesteld bedrag toekent van bijna 500.000 euro. Met als gevolg dat het meestal niet tot successieheffing komt. Als ook nog nabestaandenpensioen wordt verkregen, wordt de contante waarde daarvan op het vrijgestelde bedrag in mindering gebracht. Er blijft echter altijd een vrijgesteld bedrag van ongeveer 135.000 euro over.

Bedacht dient nog te worden dat de nalatenschap meestal de helft uitmaakt van hetgeen door de echtgenoten tezamen wordt bezeten. En aangezien vaak ook kinderen nog iets erven, behoeven de meeste langstlevende echtgenoten zich geen zorgen te maken.

Zij die op ongehuwde basis samenwonen, kunnen ook allerlei tegemoetkomingen genieten. Die kunnen hetzelfde uitpakken als bij gehuwden. De eisen waaraan moet worden voldaan laat ik thans rusten.Vereist is echter steeds dat sprake is van een 'als duurzaam bedoelde gemeenschappelijke huishouding'. Dat wil zeggen dat men een gemeenschappelijk hoofdverblijf moet hebben. Het bestaan daarvan kan worden afgeleid uit de gemeentelijke bevolkingsboekhouding maar ook kan worden bezien waar men zijn of haar post ontvangt.

Het verschijnsel LAT-relatie is nogal populair tegenwoordig. De moderne mens heeft er vaak moeite mee om met een ander samen te leven. Egocentrisme en individualisering scoren in sociaal opzicht hoog en dus houden beiden nogal eens hun eigen woonadres. Niettemin kan er in zo'n geval tussen de partners een grote mate van lotsverbondenheid bestaan. Samen winkelen, samen op vakantie, een open oor voor elkanders zorgen en, om de moed er in te houden, twee maal per week samen ontbijten. Lotsverbondenheid is echter niet voldoende om in aanmerking te komen voor een sympathieke behandeling op het gebied van het successierecht. Voor deze partners zit er wat dit betreft niets anders op dan te trouwen of een geregistreerd partnerschap aan te gaan op het gemeentehuis. In die gevallen is een duurzame gemeenschappelijke huishouding niet nodig. De formaliteit op het gemeentehuis volstaat. Het is raar maar waar.

Soms ontbreekt een gemeenschappelijk hoofdverblijf hoewel men die knusheid wel zou wilen. Het kan zijn dat een van de partners permanent moet worden opgenomen in een verzorgingstehuis of iets dergelijks. En ook komt het voor dat de werkomstandigheden de partners ertoe nopen gescheiden huishoudingen te voeren. In die gevallen toont de fiscus begrip en heft bij overlijden successierecht alsof een gemeenschappelijke huishouding bestond.



Zo ziet u maar: ook de fiscus heeft menselijke trekken.


Prof. Mr. M.J.A van Mourik
04-02-2004

terug print