Deprecated: Function ereg_replace() is deprecated in /www/htdocs/professo/column.php on line 82
Pensioen en echtscheiding

Als wij het over pensioen hebben, wordt veel verwarring voorkomen door onderscheid te maken tussen het volkspensioen en het aanvullend pensioen. Onder volkspensioen versta ik de AOW en de ANW. De laatste letters staan voor Algemene Nabestaanden Wet en die geldt voor personen die weduwe of weduwnaar zijn geworden maar nog niet de leeftijd van 65 jaar hebben bereikt. Het pensioen dat op grond van die wettern wordt uitgekeerd, wordt gefinancierd op basis van een omslagstelsel. Jaarlijks wordt het benodigde geld bijeengebracht door de loonverdienende bevolking. Niemand bouwt dus een potje op voor de AOW. Wij moeten maar afwachten of tegen de tijd dat wij 65 worden de werkers nog de solidariteit kunnen opbrengen om voor ons te betalen. Het lijkt uitgesloten dat die solidariteit op sterven ligt maar waakzaamheid is gebonden.

Hoe anders ligt de situatie bij het aanvullend pensioen. Dat wordt opgebouwd in het kader van een dienstbetrekking. Aan de onderneming of aan de betrokken bedrijfstak is een pensioenfonds verbonden. En bij dat fonds wordt een ouderdomspensioen en een nabestaandenpensioen opgebouwd door middel van premiebetaling. De werknemer vormt als het ware een eigen potje bij het pensioenfonds, waaruit later het pensioen wordt betaald. Veelal wordt in veertig jaar een ouderdomspensioen opgebouwd dat neerkomt op 70% van het laatstverdiende loon.

In geval van echtscheiding wordt dat potje interessant. Sinds 1995 is het niet meer interessant of men al dan niet onder huwelijkse voorwaarden is getrouwd. De in dat jaar ingevoerde wet heeft tot gevolg dat het tijdens het huwelijk opgebouwde ouderdomspensioen bij de echtscheiding wordt gedeeld. Let wel, het ouderdomspensioen wordt slechts gedeeld voor zover het tijdens het huwelijk is opgebouwd. Wie dus trouwt met een man van 55 jaar kan bij echtscheiding hooguit nog genieten van tien jaar opbouw. Maar als echtscheiding uitblijft, kunnen man en vrouw saampjes uiteraard genieten van het gehele door de man tijdens zijn arbeidzame leven opgebouwde ouderdomspensioen.

De deling van het tijdens het huwelijk opgebouwde ouderdomspensioen, is een echte deling. Dat houdt in dat ook de persoon die niet heeft bijgedragen aan de pensioenopbouw een zelfstandige aanspraak kan krijgen op het pensioenfonds. Dat leidt dan automatisch tot een uitkering zodra degene die het pensioen heeft opgebouwd 65 jaar wordt. Is de opbouwer ten tijde van de echtscheiding 45 jaar dan moet de ander dus 20 jaar wachten op zijn of haar deel van het ouderdomspensioen.

Wie trouwt met een persoon die al een aantal jaren pensioenopbouw achter de rug heeft, doet er wellicht verstandg aan bij huwelijkse voorwaarden te bedingen dat ook hetgeen reeds is opgebouwd vr het huwelijk bij een eventuele echtscheiding in de verdeling wordt betrokken.

Het nabestaandenpensioen (weduwen- en weduwnaarspensioen) blijft buiten iedere verdeling en komt, voor zover opgebouwd tot de de echtscheiding volledig ten goede aan de gewezen partner. Hetgeen na de echtscheiding werd opgebouiwd komt, dan toe aan een eventuele volgende echtgenoot. Een voorbeeld:
Stel dat een man op zijn 50ste van echt scheidt en op zijn 55ste hertrouwt. Als hij sterft krijgt de ex-echtgenoot het nabestaandenpensioen dat door hem werd opgebouwd vr en tijdens het huwelijk. De tweede echtgenoot krijgt het nabestaandenpensioen dat door de man is opgebouwd na zijn 50ste verjaardag, ook al hertrouwde hij op zijn 55ste.

Het kan zijn dat de voormalige echtgenoot van de pensioenopbouwer geen behoefte heeft aan het ouderdomspensioen op de datum waarop de opbouwer met pensioen gaat. Die voormalige partner kan immers veel jonger zijn en nog volop mee doen aan het uithuizige arbeidsproces. In dat geval kan deze partner de waarde van zijn of haar deel in het ouderdomspensioen tezamen met de waarde van het nabestaandenpensioen aanwenden voor een eigen recht op ouderdomspensioen, ingaande op de dag waarop dat gewenst wordt, bijvoorbeeld als hij of zij zestig jaar wordt. Het pensioenfonds moet met die regeling wel instemmen.

Personen die zich bedienen van een BV, plegen ten laste van de winst pensioen in eigen beheer op te bouwen. Ook deze op de balans prijkende pensioenpot wordt bij echtscheiding verdeeld.

Niet iedereen is gediend van een verdeling van het ouderdomspensioen in geval van echtscheiding. Welnu, dan rest niets anders dan de gang naar de notaris te maken. Bij huwelijkse voorwaarden kan de pensioendeling worden uitgesloten.


Prof. Mr. M.J.A van Mourik
03-03-2004

terug print