Deprecated: Function ereg_replace() is deprecated in /www/htdocs/professo/column.php on line 82
Voorschot op de erfenis?

De december-maand blijkt steeds weer erg geschikt om zich van zijn of haar beste kant te laten zien, al dan niet verscholen achter een aandoenlijke Sint Nicolaas of een irritante Kerstman. En dan denk ik natuurlijk aan chocoladeletters, stropdassen en toondragers maar ook aan literaire en flutromans alsmede aan allerlei prullaria die slechts worden aangeschaft omdat het niet gepast is met lege handen te komen aanzetten.
December is echter ook de maand waarin nogal eens schenkingen van enige omvang worden gedaan. Wellicht dat een enveloppe wordt overhandigd met een aardige hoeveelheid bankbiljetten er in. Ook zou met dankbaarheid kunnen worden geconstateerd dat een mooie som geld per bank is overgemaakt.

Betreft het een schenking van enige betekenis aan een kind dan kan de vraag ooit opkomen hoe met een dergelijke schenking moet worden omgesprongen bij de afwikkeling van de nalatenschap van de schenker. Immers, de kinderen die geen schenking konden begroeten, zouden het op prijs kunnen stellen dat de schenking wordt verrekend met het erfdeel van de bevoordeelde.

Voor het antwoord op de vraag of een schenking aan een kind moet worden aangemerkt als een voorschot op het erfdeel, is van betekenis of de schenking vr 2003 is gedaan. Tot 1 januari 2003 gold immers de hoofdregel dat een schenking in beginsel als een voorschot op het erfdeel moet worden beschouwd. Dat is slechts anders als de schenker uitdrukkelijk heeft bepaald dat de schenking 'vrij van inbreng' geschiedt. De vrijstelling van inbreng kan ook nog blijken uit het testament van de ouder die indertijd heeft geschonken.

Sinds 1 januari 2003 geldt een andere regeling. Schenkingen aan afstammelingen zijn in beginsel vrij van inbreng. Dat wil dus zeggen dat deze niet als een voorschot op het erfdeel worden aangemerkt. Slechts als de schenker dat uitdrukkelijk bepaald, dient het geschonkene als een voorschot te worden aangemerkt en moet dus worden verrekend met het erfdeel.

Voor een dergelijke verrekenplicht kan alle reden bestaan. Voorstelbaar is dat een ouder aan een kind dat de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt, de zogenaamde 'eenmalige grote schenking' doet ten bedrage van ruim 21.000. Die is dan vrijgesteld van belastingheffing. Omdat andere kinderen nog geen 18 jaar zijn, kunnen die deze schenking nog niet belastingvrij ontvangen. Maar zou de schenker voortijdig het leven laten, dan komt van die schenking ook niets meer terecht. In zo'n geval is het gewenst dat het kind dat de schenking wel heeft ontvangen deze verrekend met zijn of haar erfdeel. De gelijkheid van de kinderen is daarmede gediend.

Uiteraard kan van een 'voorschot' op het erfdeel alleen sprake zijn als de bevoordeelde ook erfgenaam is. Schenkingen aan vreemden kunnen dus doorgaans niet worden verrekend.

De vraag of een schenking als een voorschot op het erfdeel moet worden beschouwd, is een andere vraag dan die waarbij aan de orde is of er grenzen zijn aan het bevoordelen van het ene kind boven het andere. Die grenzen zijn er inderdaad. Grof gezegd mag het ene kind aan schenkingen en erfdeel tezamen, twee keer zo veel krijgen als het andere.

Gelijke behandeling van kinderen is een schone zaak maar op het gebied van nalatenschapsplanning hoeft u er dus maar beperkt rekening mee te houden.



Prof. Mr. M.J.A van Mourik
22-12-2004

terug print